Gebrekkige persvrijheid voor correspondenten in Hongarije

Sinds 2010 is premier Viktor Orbán aan de macht in Hongarije. Het jaar daarop werd een nieuwe Mediawet ingevoerd. Sindsdien wordt gevreesd voor de persvrijheid in het land. Ook buitenlandse correspondenten riskeren onder de nieuwe wet boetes van duizenden euro’s. Toch krijgen zij op een andere manier te maken met de veranderende persvrijheid dan hun Hongaarse collega’s. De Nederlandse correspondenten Henk Hirs en Stefan Bos vertellen erover.

Volgens Hirs, onder meer werkzaam voor dagblad Trouw, is de mediawet nooit echt een probleem geweest voor buitenlandse correspondenten. Het is meer een soort dreiging op de achtergrond. “De mediaraad kan niet zomaar een boete opleggen omdat een correspondent iets zegt. In die zin is de invloed van de wet nul.”

Zijn persvrijheid wordt ingeperkt doordat de Hongaarse regering correspondenten negeert. Die zit namelijk helemaal niet te wachten op kritische vragen. Verzoeken voor interviews worden over het algemeen afgewezen. Het mediabeleid van de overheid is al zeven jaar strikt georganiseerd. “Iemand die ook maar enigszins in dienst is van de overheid mag alleen maar interviews geven als ze toestemming hebben van bovenaf. Die toestemming krijgen ze heel vaak niet. Ook als het om simpele onderwerpen gaat.”

‘Er komt vrijwel niemand meer’

Zijn vrouw Runa Hellinga is ook correspondent en tevens de voorzitter van de HIPA, een vereniging van buitenlandse correspondenten in Hongarije. Hirs is hier ook bij aangesloten. Ook daar ervaren ze dat het contact met de regering is veranderd sinds premier Orbán aan de macht is. “Tot 2010 organiseerden we gesprekken voor correspondenten. Daar kwamen ministers of andere regeringsvertegenwoordigers naartoe. Dat werkte 15 jaar lang perfect. De premier kwam zelfs een keer per jaar langs. We konden vrijuit praten over alles wat interessant was.  Sinds 2010 komt er vrijwel niemand meer.”

Risico aanvaard

Die strikte organisatie is herkenbaar voor Stefan Bos. Hij woont sinds eind 1988 in Boedapest en werkt voor veel internationale nieuwsmedia waaronder de Deutsche Welle en VRT. Daarnaast heeft hij zijn eigen nieuwssite: BosNewsLife.

Bos geeft wel aan dat buitenlandse correspondenten niet volledig ontkomen aan het mediabeleid van de regering. Na de invoering van de controversiële Mediawet ontving hij een brief van de media-autoriteit NMHH. Hij werd bevolen de website van zijn eigen nieuwsbedrijf te registreren bij de regering. Bepaalde activiteiten, zoals het maken van radio-uitzendingen, werden verboden. Als hij ze toch maakt riskeert hij boete. Dat risico heeft Bos echter aanvaard omdat hij zich niet wil laten intimideren. “Ik zou zo’n boete niet leuk vinden, maar dan heb je wel een prachtig verhaal.” Als Bos een boete krijgt, komt dat ook terecht bij de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). “Hongarije heeft dan meer problemen dan ik. Het lijkt me voor het land niet zo gunstig dat ze correspondenten gaan beboeten omdat ze journalistiek werk doen”, zegt hij nuchter.

Daarnaast merkt hij net als Hirs dat interviews met mensen in dienst van de overheid lastig zijn. Bos raakte zelfs zijn accreditatie bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken kwijt. “Ik wilde hem verlengen maar dan moest ik allemaal documenten opnieuw inleveren. Dat vond ik belachelijk want ik woon hier al jaren. De regering maakt het je steeds moeilijker. Dat merk je gewoon.”

Nog altijd kritisch

Ondanks dat de persvrijheid wel degelijk is verslechterd, laten beide correspondenten zich niet tegenhouden. Ze gaan geen onderwerp uit de weg en blijven kritische vragen stellen. “Ik ben gewoon nog even kritisch als jaren geleden. Misschien zelfs kritischer. De situatie motiveert me alleen maar om nog beter mijn best te doen. Als je journalist bent en je durft geen kritische vragen te stellen, dan moet je een ander vak kiezen”, besluit Bos.