Op zoektocht met reddingshonden

Nadat Louise Smits-Jansen een reportage over reddingshonden op televisie zag wilde ze ook met honden gaan werken. In 1989 heeft ze Stichting Reddingshonden RHWW in Duiven opgericht. Inmiddels zoekt de stichting naar vermiste personen over de hele wereld.

Waarom heeft u deze stichting opgericht?

“Ik wilde graag iets goeds doen met mijn honden. Ik heb deze stichting opgericht samen met mijn man en drie anderen. We zaten eerst bij een organisatie maar daar ging het alleen maar om geld en aandacht. We werden daar de koffieclub genoemd. Toen heb ik besloten om daar weg te gaan en zijn er een aantal met mij mee gegaan. Ik ben een cursus gaan volgen tot instructeur. De stichting leidt nu zelf hondengeleiders op.”

Hoeveel vermissingen krijgen jullie?

“Dat is heel verschillend. Nu is het bijvoorbeeld weer een gekkenhuis. Vorig jaar zijn we 56 keer wezen zoeken en dan waren er ook 42 zaken waar we mee bezig zijn geweest maar wat geen zin had om naar toe te gaan. Bijvoorbeeld omdat de persoon al gevonden was. We gaan niet zoeken om het zoeken want dat heeft geen zin. Wij moeten wel een aanwijzing hebben. Er moet een auto of een fiets of iets dergelijks gevonden worden van de persoon in kwestie. Dan hebben wij een aanknopingspunt.”

Wat gebeurt er nadat er een melding is binnen gekomen?

“De meldingen komen bij mij binnen. We hebben 62 vrijwilligers en iedereen krijg een email, sms en telefoontje. Daar staat in waar ze naar toe moeten en wat er aan de hand is. De vrijwilligers komen uit heel het land. Zeeland, Volendam, Purmerend, net over de grens bij België. Noem het maar op. Ik ga naar het clubgebouw, samen met de mensen die hier in de buurt wonen en dan pakken wij de bus in. Als we in de bus zitten printen we de kaarten van het zoekgebied en delen we de teams in. Ook kaderen we de gebieden af. Iedere vrijwilliger neemt zijn eigen hond mee naar het zoekgebied. ”

Hoe gaan jullie in het zoekgebied te werk?

“Iedereen krijgt een gebied toegewezen. We hebben een centrale commandopost en die zit op een vaste plek in het gebied. Zij kijken waar nog niemand loopt en sturen daar mensen heen. De honden zoeken naar een vaste geurbron. Als ze iemand gevonden hebben leiden ze de hondengeleider naar de goede locatie.”

Jullie werken ook in het buitenland, is er een verschil in werken vergeleken met Nederland?

“Dat is even omschakelen. We zijn bijvoorbeeld in Panama geweest voor de vermissing van Kris Kremers en Lisanne Froon. Daar was een hele hoge luchtvochtigheid. Het Rode Kruis liep met de groepen mee om onze bloeddruk in de gaten te houden. Je komt natuurlijk uit een heel ander klimaat en het was veel stijgen en dalen. Maar je gaat gewoon door. Je hebt maar een paar dagen en die moet je benutten. Voor de honden maakt het geen ene moer uit. Die vliegen gewoon alle kanten op. Ook in het buitenland wordt er met gps en kaarten gewerkt. Daar werk je ook samen met de politie, je gaat nooit uit jezelf zoeken.”

Hoe was die zoektocht in Panama?

“Panama was vreselijk zwaar. Sommige stukken waren gewoon niet te lopen omdat het niet begaanbaar was. De lokale bevolking is de hoge luchtvochtigheid gewend maar ons lichaam heeft de eerste dagen van de zoektocht nauwelijks kunnen acclimatiseren. Ik heb daar ook een zonnesteek opgelopen, ondanks het insmeren. We sliepen bij een indianenstam. Daar ben ik gestoken door kleine beestjes. Ik had 302 beten en werd steeds zieker en zieker. Gelukkig was er ook een heel team van Panama mee om mij in de gaten te houden. We moesten wel verder met het zoeken naar Kris en Lisanne. Ik heb de zoektocht uiteindelijk wel afgemaakt.”

Hoe gaan jullie met de emoties om nadat iemand gevonden is?

“In Frankrijk hebben we een keer een persoon gevonden in de buurt van een speeltuin. Dat was heel emotioneel. Dan zit je ’s avonds allemaal aan een tafel en iemand van het team had een fles whiskey gekocht. En toen kwamen alle emoties eruit. Dan zit je daar met zijn allen en iedereen vertelt zijn eigen verhaal. De volgende dag kon iedereen weer lachen en was het opgelost. Je moet het dus echt los kunnen laten. En je bent ook blij als je iemand gevonden hebt. Onze opdracht is dan volbracht. Je kan dan iemand teruggeven aan de nabestaanden. De nabestaanden zeggen ook vaak dat ze liever de zekerheid hebben dan de onzekerheid. Wel probeer ik zo min mogelijk contact te hebben met de nabestaanden. Het werk wordt anders te persoonlijk.”