Opgesloten in het buitenland

De geestelijk verzorgers van Stichting Epafras bezoeken Nederlandse gevangenen in buitenlandse gevangenissen over de hele wereld.  Pastor Martien Agterberg is een van de vrijwilligers. Hij bezoekt al elf jaar lang gevangenen in onder andere Ecuador en de Dominicaanse republiek. Tot voor kort ontving de stichting subsidie van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Tegenwoordig zijn ze afhankelijk van giften van derden zoals particulieren en kerken. De stichting wil daarom vooral verder in de belangrijkste zorglanden, dat zijn de gevangenissen buiten Europa. Lokale Nederlanders moeten het werk in de overige gevangenissen overnemen.

Dat het er in de buitenlandse gevangenissen anders aan toegaat dan die in Nederland wordt al snel duidelijk: “In de Dominicaanse republiek spraken twee jongens over de vreselijk vieze toestand waar ze in zaten. Ze sliepen tussen de kakkerlakken en ander ongedierte. Ze wilden het laten zien maar dat mocht eerst niet van de directeur. Het was te gevaarlijk. Uiteindelijk mocht ik toch de gevangenis in. Er liepen militairen voor en achter mij en naast me de jongens. Ik liep de binnenplaats op waar de kogelgaten in de muur zaten. Als er een opstand uitbreekt komen de militairen niet naar binnen maar gaan ze op het dak staan en schieten ze”, vertelt Agterberg. Ook is hij in een gevangenis in Paraguay op de nek gesprongen door een gedetineerde maar daar is hij nuchter onder “dat leer je op een gegeven moment ook. Je moet geen geld of waardevolle spullen bij je hebben, je kan altijd belaagd worden.”

De voornaamste reden om dan toch dit werk te doen is dat iedereen een tweede kans verdient. De gevangenen willen graag hun verhaal kwijt over wat ze hebben gedaan. “Als geestelijk verzorger hoor je soms verhalen waar je niks mee kan. Je hebt een ambtsgeheim. Als iemand ergens van verdacht wordt maar het is niet bewezen en diegene vertelt dan tegen mij dat hij het gedaan heeft, kan ik dat niet zeggen.” Toch ligt hij niet wakker van de verhalen die hij hoort: “Ik kan er wel van slapen, het is niet zo dat ik er mee naar bed ga. Je hebt natuurlijk een bepaalde professionaliteit om er voor iemand te zijn.”

Er is vaak nauwelijks contact met familie of andere Nederlanders en dat zorgt voor eenzaamheid. “In het buitenland gaat het veel over relaties of familie die ze hebben achtergelaten. De gedetineerden willen vaak contact opbouwen. Jij kan daar een soort bemiddelaar in zijn. Vaak krijg ik de vraag of ik de moeder of relatie kan bellen als ik terug ben in Nederland. Dat doe ik dan ook. Bij het volgende bezoek vertel ik dan over het telefoongesprek. “

Naast een vertrouwenspersoon voor de gevangenen is een geestelijk verzorger ook een verbindingspersoon tussen de gedetineerde en de familie. In Amerika heeft het voor de familie vaak geen enkele zin om op bezoek te gaan. “Het mag wel maar alleen op bezoekdagen. Je staat dan vaak uren in de rij terwijl je iemand maar een half uur mag zien. Dan is er ook nog de kans dat je niemand te zien krijgt omdat je te laat bent.” Daarnaast hebben familieleden vaak geen geld om op bezoek te gaan. De verzorger kent de situatie waar hun naaste zich in begeeft en dat is voor de familie waardevol om te horen.

Geloof speelt in Amerika een grote rol, ook in de gevangenissen. Agterberg is van huis uit katholiek. Die levensbeschouwing geeft aan dat iedereen het recht heeft om zijn leven weer op het goede spoor te zetten. Het maakt hem niet uit welke geloofsovertuiging een gevangene heeft. Hij gaat niet naar een persoon toe om hem of haar te bekeren. “Ik ga niet met een bepaalde boodschap naar Amerika, ik kom niet met de bijbel onder mijn arm binnen.”  Geloof begint bij mensen een rol te spelen op het moment dat ze in een crisissituatie zitten.  Dan beginnen er vragen rond te spelen. Dat is iets wat Agterberg terugziet tijdens zijn werk. Regelmatig houdt hij een gebed met de Nederlandse gedetineerden. Maar alleen als zij er zelf om vragen, hij zal het nooit zelf voorstellen want dan zou hij de gevangenen iets opleggen en dat wil hij niet.

Als je zo lang in de gevangenis zit verander je. Agterberg noemt een voorbeeld van een jongen die vijf jaar in de gevangenis heeft gezeten en aan de drugs raakte: “De jongen overleed en tijdens de identificatie herkende de familie hem niet meer. Zijn uiterlijk was zo veranderd en ze hadden al die tijd geen foto van hem gekregen. Ik kon hem op dat moment wel identificeren want ik had hem kort daarvoor nog gesproken. Op zo’n moment merk je dat je echt iets kan betekenen voor een familie.”

Martien noemt het werk zinvol. “Het mooiste is dat er een klik is tussen jou en mij. Dat mensen je in vertrouwen nemen en dat je ook nog eens wat kan doen. Omdat ik geloof dat iedereen recht heeft op een tweede kans.”