Geknal en kruitresten maar waar zijn de overtreders?

Er is geen vuurwerk afgepakt maar er zijn wel een aantal mensen aangesproken op hun gedrag. Dat gebeurde tijdens de vuurwerkpreventiecontrole van het preventieteam Oss Noord West. “De wijk is in ieder geval helemaal afgestookt, er werd een halve oorlog gevoerd”, zei een politievrijwilliger na afloop.

 Oss –  Als er in de verte een knal te horen is gevolgd door opstijgende rook, fietsten drie mannen en een vrouw eropaf. Eenmaal op het plaats delict aangekomen is het kruit nog goed te ruiken maar de daders zijn nergens meer te bekennen.

De twaalf vrijwilligers van het preventieteam verzamelen zich voor aanvang van de vuurwerkcontrole in het wijkpunt Noord West.  Ook zijn er die avond van woensdag 30 december vier politieagenten aanwezig. Drie politievrijwilligers en een wijkagent. Er worden grappen gemaakt. Zo wordt er om een grote tas gevraagd waar de vuurwerkopbrengst in kan. “Leuk voor thuis, dan hoef ik zelf geen vuurwerk meer te kopen”, roept Hennie Goedhard, preventieteamlid sinds twee jaar. “Zolang je het maar morgen na 18:00uur afsteekt”, reageert wijkagent Ruud Nooijen.

Het preventieteam is in 2010 opgezet door een aantal bewoners uit de wijk Oss Noord West. Nadat duidelijk werd dat de politie aan vuurwerkcontroles deed vond het team dat ze daar een bijdrage aan konden leveren. De wijkagenten steunden dit initiatief. Sinds 2012 wordt de controle gehouden in samenwerking met de politie. Het doel van de actie is het innemen van te vroeg afgestoken vuurwerk en het aanspreken van de overtreders.

De vrijwilligers worden verdeeld in vier groepjes van drie personen onder leiding van een agent. Lopend of met de fiets gaan de groepjes de wijk in. Het gaat al flink tekeer. Het ene rotje na het andere gaat af en ook siervuurwerk gaat volop de lucht in. “Het is eigenlijk een kat-en-muisspel want op het moment dat je op de plek van het vuurwerk bent aangekomen, hoor je weer een knal aan de andere kant van de wijk”, zegt Nooijen. Maar dan is het vuurwerk toch wel heel dichtbij. Het team fietst richting een speeltuin. Daar staan drie jonge kinderen, ongeveer 12 jaar oud. Ze staan naast elkaar. Een van de kinderen heeft geen jas aan, deze ligt op de struik achter hen. Er ligt afval op de grond. Als de wijkagent de kinderen vraagt of ze nog meer vuurwerk in de jaszakken hebben, zeggen ze zo onschuldig mogelijk dat dat niet zo is. Wanneer de agent over de aansteker in de hand van het enige meisje begint, moeten de kinderen toch wel lachen. Met een waarschuwing komen ze er vanaf.

Het lukt de teams nauwelijks om iemand op heterdaad te betrappen. Op twee overtreders na want tegen het einde van de controle moet er toch nog een keer hard gefietst worden. Voor Hennie Goedhard, jarenlang gewerkt in de beveiliging, zijn dat toch wel de spannendste momenten: “Je voelt dat je dichtbij bent en dan hoop je de personen toch aan te kunnen spreken.” In een bosje zijn twee jongens te zien die rotjes afsteken. Het felle licht van de aansteeklont valt op en er volgt een harde knal. Nooijen legt aan de ietwat zenuwachtige jongens van een jaar of 13 uit dat het niet de bedoeling is dat er nu al vuurwerk wordt afgestoken. Met een gespannen houding en ja meneer, nee meneer reageren de jongens op de vragen over wat ze daar aan het doen zijn. Alle rotjes zijn inmiddels al afgestoken.

Na twee uur lopen en fietsen door de kou komen de teams weer samen bij het wijkpunt. Er is geen vuurwerk ingenomen maar er zijn wel een aantal mensen aangesproken. “We gaan er ook niet vanuit dat we zwaar vuurwerk in beslag kunnen nemen”, zegt hoofd van het team Marian de Sain. “Het gaat er vooral om dat het team gezien wordt en dat mensen weten dat er iets aan de vuurwerkoverlast wordt gedaan.”